Verwarm de oven voor op 175 °C en bereid een kleinere babkavorm voor: vet hem in met 20 g kokosolie (of boter) en bestrooi hem met glutenvrij meel.
Bereid daarna een hittebestendig bakje voor en giet er ca. 500 ml water in.
Bereid nu 2 kommen voor. Doe in de ene kom boekweitmeel, gemalen amandelen, kaneel en gember, meng alles door elkaar en zet de kom even opzij.
Doe in de tweede kom de boter, eieren, rietsuiker, sinaasappelrasp en vanille-extract, pak vervolgens een mixer en klop de volledige inhoud van deze kom glad. Schep het opgeklopte mengsel over in de eerste kom met de droge ingrediënten, voeg de amandelmelk toe en verwerk de inhoud van de kom daarna met een houten lepel tot een compact halfvloeibaar beslag, dat je in de voorbereide babkavorm giet.
Zet de vorm met het beslag in de voorverwarmde oven en leg het voorbereide hittebestendige bakje met water op de bodem van de oven.
Sluit daarna de oven en bak de babka 55–65 minuten bij 165–175 °C totdat hij goudbruin is.
Haal de babka na het bakken uit de oven en laat hem nog 15–20 minuten afkoelen in de vorm. Stort hem daarna uit de vorm en serveer (de babka zou in totaal 20 porties moeten opleveren). Eventueel kun je de babka tot 3–4 dagen bewaren in een broodtrommel of ingepakt in een theedoek.