Rasp eerst de cheddar fijn.
Zet vervolgens een blender met brede kom en hakmesopzet klaar; als u zo'n blender niet heeft, neem dan een gewone grotere kom. Zeef in de blender
(of in de kom) alle speltmeel, snijd dan de boter in grotere blokjes en voeg die samen met de geraspte cheddar, het zout en de peper bij de meel.
Mix het geheel vervolgens goed door (als u een kom gebruikt, verwerk alle ingrediënten goed met de handen); voeg indien nodig een paar eetlepels water aan het mengsel toe.
Vorm van het ontstane deeg een bal, wikkel die in plasticfolie, leg in de koelkast en laat minstens 20 minuten koelen.
Verwarm ondertussen de oven voor op 180 °C en zet een grotere bakplaat klaar, bekleed met bakpapier.
Haal na het koelen het deeg uit de koelkast en rol het met een deegroller uit tot een lap van ongeveer 3 mm dik.
Steek vervolgens naar wens vormpjes uit het deeg en leg ze op de beklede bakplaat (het uiteindelijke aantal uitgestoken stuks hangt af van hun vorm en afmetingen — wij hebben uitstekers in de vorm van rondjes en sterretjes van 2–3 cm diameter gebruikt en het deeg was voldoende voor ongeveer 40 stuks).
Als al het deeg verbruikt is, zet de bakplaat in de voorverwarmde oven en bak 20 minuten bij 180–190 °C.
Bewaar de afgekoelde crackers op een droge plaats, waar ze tot 1 week houdbaar blijven.