Verwarm de oven voor op 180–185 °C, bereid een bakvorm voor met een diameter van 30 cm en vet deze in met 10 g boter.
Bereid vervolgens een waterbad voor: zet twee verschillende grote pannen klaar die in elkaar passen, maar waarbij de bodem van de kleinere pan de bodem van de grotere niet raakt – het beste is een pan en een kom (bij voorkeur van glas of roestvrij staal). Giet wat water in de pan en breng dit aan de kook. Zet het vuur dan op een laag pitje en zet de kom in de pan – de bodem van de kom mag het water niet raken.
Doe de chocolade, 60 g boter en de kokosolie in de kom en laat ze langzaam smelten boven het hete stoom.
Doe ondertussen de eieren, honing en cacao in een grotere kom en klop alles ca. 4–5 minuten grondig met een keukenmixer of staafmixer met klopper tot er schuim ontstaat. Zodra de chocolade gesmolten is, begint u deze geleidelijk toe te voegen aan de kom met het eiermengsel. Voeg de chocolade in drie keer toe en roer telkens alles goed door.
Giet het afgewerkte mengsel in de voorbereide bakvorm en bak 40–45 minuten op 180–185 °C. Doe na het bakken de satéprikkertest – prik een satéprikker in de cake, en als er geen beslag aan blijft kleven, is de taart klaar. Als er wel sporen van beslag op de prikker zitten, bak dan nog 5 minuten.
Haal de afgewerkte taart uit de vorm en laat hem minimaal 40 minuten afkoelen. Snijd hem na het afkoelen in porties en serveer.