Verwarm de oven voor op 190 °C.
Bereid eerst het beslag voor de vis: hak de basilicum, peterselie en tijm fijn en meng de gehakte kruiden met olijfolie, rijstmeel en maïspaneermeel.
Snijd de kabeljauw in brede repen, wentel ze eerst door de witte yoghurt en daarna door het bereide beslag.
Leg de gepaneerde visrepen op een met bakpapier beklede bakplaat.
Zet de bakplaat in de oven en bak de kabeljauw 18 minuten op 180–190 °C tot hij knapperig is.
Bereid ondertussen de frietjes.
Schuur de aardappelen grondig schoon met een borstel en verwijder al het vuil.
Snijd ze in plakjes en vervolgens in reepjes.
Leg de reepjes op een andere met bakpapier beklede bakplaat, besprenkel met olijfolie en zet ze in de voorverwarmde oven, bak de frietjes 20 minuten op dezelfde temperatuur.
Ondertussen heb je de tijd om de dip te maken: mix de erwten, munt en water samen, breng het mengsel op smaak met zout en laat het even afkoelen in de koelkast.
Als de frietjes klaar zijn, haal ze dan uit de oven en breng op smaak met zout.
Serveer de gebakken kabeljauwfilets samen met de frietjes en de gekoelde dip.