Zet een kleine pan klaar, giet er 1 l water in en breng aan de kook.
Voeg vervolgens 17 g zout en 1 eetlepel kerriepoeder aan het water toe, roer alles goed door elkaar, haal de pan van het vuur en laat de inhoud afkoelen tot kamertemperatuur (dit duurt ongeveer 4–5 uur).
Maak ondertussen een aantal gesteriliseerde potten met schroefdeksel klaar (ze mogen verschillende groottes hebben, maar de gecombineerde inhoud moet ongeveer 2 l zijn). Verdeel alle bloemkoolroosjes over deze potten.
Zodra de vloeistof in de pan voldoende is afgekoeld, giet je die over de bloemkool in de potten.
Sluit de potten af en zet ze op een bakplaat die eventueel vocht opvangt dat tijdens de fermentatie uit de potten kan lekken.
Zet de bakplaat met de potten op een donkere plek op kamertemperatuur en laat 6–7 dagen fermenteren.
Zet de potten met bloemkool na deze tijd in de koelkast om het nog lopende fermentatieproces te vertragen, zodat je voldoende tijd hebt om de bloemkool op te eten.
Gefermenteerde bloemkool is in de koelkast 1–2 maanden houdbaar.