Bereid een pan voor en vul hem met voldoende water om de aardappelen te koken. Schil de aardappelen, snijd ze in kleine blokjes, doe ze in de bereide pan en breng aan de kook.
Schil ondertussen de uien en snijd ze in dunne ringen. Zodra het water in de pan begint te koken, voeg zout toe, zet het vuur lager naar middelhoog, dek de pan af met een deksel en kook de aardappelen 9–10 minuten.
Voeg na deze tijd de kabeljauwfilets toe aan de pan en kook alles nog 5 minuten afgedekt op middelhoog vuur.
Bereid tijdens het koken van de aardappelen en de kabeljauw een grotere koekenpan voor en verhit daarin 1 eetlepel olie op middelhoog vuur. Voeg vervolgens de boter en de gesneden ui toe en bak alles 4–5 minuten op middelhoog vuur.
Voeg daarna de slagroom, gedroogde tijm, gedroogde dille, gemalen komijn, zout en peper toe aan de pan, roer door en kook het geheel 3–4 minuten op middelhoog vuur. Haal daarna de pan van het vuur.
Verwarm nu de oven voor op 200 °C en bereid een ovenschaal voor (23 cm × 27 cm). Zodra de aardappelen met de kabeljauw gaar zijn, giet ze af, voeg ze toe aan het gekookte mengsel in de pan en prak de inhoud van de pan fijn met een vork.
Schep het verkregen mengsel over in de bereide ovenschaal. Rasp vervolgens de edammer op een fijne rasp en bestrooi het mengsel in de ovenschaal ermee. Schuif de schaal daarna in de voorverwarmde oven en bak 20–25 minuten goudbruin op 200–210 °C. Haal het gebakken mengsel uit de oven, verdeel over 2 porties en serveer.
* U kunt bevroren kabeljauw gebruiken, maar dan heeft u 500–600 g nodig. Bij het ontdooien verliest kabeljauw namelijk ca. ¼ van zijn gewicht, waardoor 400 g bevroren filets niet voldoende zou zijn voor het recept.