Bereid het deeg voor de taart: meng in een grote kom de havervlokken, eidooiers, in blokjes gesneden boter, stevia en een snufje zout. Werk het deeg
grondig door totdat de boter door de warmte van je handen zacht wordt en gelijkmatig wordt opgenomen, zodat er geen grotere stukken boter in het deeg achterblijven. Als het deeg moeilijk te verwerken is, voeg dan 3–4 eetlepels koud water toe en blijf doorkneden.
Vorm van het deeg een bal en leg hem minstens 10 minuten in de koelkast.
Bereid terwijl het deeg afkoelt de peren voor. Schil de peren, snijd ze doormidden en verwijder de klokhuizen. Snijd elke helft in plakjes van ongeveer 2–3 mm dik en zet ze apart.
Verwarm de oven voor op 185 °C.
Rol het gekoelde deeg uit tussen 2 vellen bakpapier zodat het niet aan de deegroller plakt: leg één vel bakpapier op het werkvlak, leg het deeg erop, druk het met je hand plat en leg er een tweede vel papier op. Rol het deeg daarna op de gebruikelijke manier uit. Rol het deeg tot een cirkel (of rechthoek) van 2–3 mm dikte.
Verwijder daarna het bovenste vel bakpapier. Schik de perenplakjes in het midden van het deeg en laat de randen vrij (3–4 cm is genoeg). Vouw de vrije randen
naar het midden toe, verplaats de taart met het onderste bakpapier naar een bakplaat en zet hem in de voorverwarmde oven. Bak de taart 35–40 minuten bij 175–185 °C.