Verwarm de oven voor op 210 °C (stel daarbij alleen de bovenwarmte in), zet een kleine ovenschaal van 20 cm × 30 cm klaar en snijd de rabarber in kleine blokjes.
Neem nu een grotere pan, doe daarin de rijst, kokosmelk, 300 ml water, 25 g ahornsiroop, citroenrasp en vanille-extract en breng het geheel aan de kook. Verlaag daarna het vuur naar middelhoog, leg het deksel op de pan en laat het mengsel 12–15 minuten koken.
Kook ondertussen de rabarber: pak een andere grote pan, doe de gesneden rabarber erin, voeg 150 ml water, 25 g ahornsiroop en een snufje zout toe, zet het vuur op middelhoog en breng het mengsel aan de kook. Leg dan het deksel op de pan en kook ongeveer 10–12 minuten op middelhoog vuur tot de rabarber zacht is. Schep vervolgens de gehele inhoud van de pan in de klaargezette ovenschaal.
Zodra het rijstmengsel in de eerste pan klaar is, zet het vuur uit en laat het mengsel nog 5 minuten onder het deksel „nagaren". Haal daarna het deksel van de pan, voeg 2 eidooiers toe aan het rijstmengsel en meng goed zodat alle ingrediënten zich verbinden. Schep het resulterende mengsel in de ovenschaal op de laag rabarber, zet de schaal in de voorverwarmde oven en bak 15–17 minuten op 200–210 °C tot het rijstmengsel aan de oppervlakte goudbruin is.
Haal de fertige schotel uit de oven, verdeel over 5 porties en serveer.