Meng in een kopje 150 ml lauwwarme melk, gedroogde gist en rietsuiker. Zet het kopje even opzij en laat het gistmengsel rijzen (dit duurt ongeveer 4–5 minuten). Zeef ondertussen 500 g roggemeel in de kneedkom van een keukenmachine, voeg 2 theelepels zout, de eieren en de olijfolie toe en meng alles door elkaar. Zodra het gistmengsel in het kopje is gerezen, voeg het dan samen met de resterende 250 ml lauwwarme melk toe aan de kom. Bevestig vervolgens de deeghaak aan de keukenmachine, zet hem op een lage stand en laat het deeg circa 2–3 minuten langzaam kneden.
Dek na het kneden de kom af met een theedoek, zet hem op een warme plek en laat het deeg 60 minuten rijzen. Bereid ondertussen een bakplaat voor en bekleed deze met bakpapier.
Stort het gerezen deeg op een met roggemeel bestoven werkblad en kneed het daar met de handen circa 2 minuten totdat het niet meer plakt;
voeg indien nodig meer meel toe. Vorm vervolgens 8 even grote bolletjes van het deeg en leg ze op de beklede bakplaat. Zodra al het deeg is verwerkt, dek de bolletjes af met een theedoek en laat ze nog 15 minuten rijzen. Verwarm ondertussen de oven voor op 200 °C.
Bestrooi de gerezen bolletjes met pompoenpitten, schuif de bakplaat in de voorverwarmde oven en bak 25 minuten op 190–200 °C goudbruin.