Bereid eerst het deeg: doe water, melk, boter en een snufje zout in een middelgrote pan. Laat de boter op laag vuur langzaam smelten en voeg dan het gezeefde meel toe. Roer tot je een deeg hebt, zet het vuur vervolgens op middelhoog en roer 1–2 minuten snel door totdat het deeg mooi loslaat van de pan. Haal het deeg van het vuur en laat afkoelen.
Bereid ondertussen de crème: giet de melk in een grotere pan en voeg de pudingpoeder, het zetmeel en de suiker toe. Roer goed door en laat op laag tot middelhoog vuur indikken (ca. 4 minuten).
Meng 3 eidooiers in een kopje en voeg 1–2 eetlepels van de ingedikt maar nog hete pudding toe. Roer goed door en voeg toe aan de rest van de pudding. Roer glad, schep over in een kom, dek af met plasticfolie en laat circa 1 uur afkoelen in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 230 °C, zet een bakplaat klaar en bekleed deze met bakpapier.
Klop één voor één de eieren door het soesjesdeeg met een garde.
Vul een spuitzak met het gladde deeg en spuit op het bakpapier rondjes (soesjes) van circa 6 cm diameter. Dit geeft 25 stuks.
Bak 10 minuten op 230 °C, verlaag daarna de temperatuur naar 180 °C en bak nog 6–8 minuten. Laat de soesjes na het bakken afkoelen (ca. 20 minuten).
Maak ondertussen de crème af: klop de kwark door de afgekoelde pudding en vul er een spuitzak mee.
Snijd de afgekoelde soesjes in de lengte doormidden en vul ze met de crème.