Meng de plakjes zoete aardappel met de spinazie, venkelzaadjes en een snufje zout.
Leg daarna een vel bakpapier klaar, leg het bereide mengsel in het midden en leg het kabeljauwfilet er bovenop. Bestrooi vervolgens alles met de reepjes citroenschil en de takjes oregano.
Vouw nu het bakpapier tot een gesloten pakketje (een „papillote"): vouw één vrije zijde van het papier over de vulling en begin vervolgens alle vrije randen van het vel steeds in de richting van de vulling om te vouwen, zodat de papillote langs de hele vulling goed is afgesloten. Vouw van de ene kant van de papillote naar de andere; als het papier aan een van de uiteinden ook na het vouwen loslaat, niets het dicht met een nietmachine. Het resultaat moet een pakketje zijn dat ongeveer de vorm van een halve cirkel heeft.
Leg de ingepakte papillote op een bakplaat, zet deze in de voorverwarmde oven en bak 20 minuten op 170–180 °C.
Snijd de papillote direct na het bakken open en serveer.
TIP
TIP
Als het niet lukt om de papillote volgens de beschreven methode in te pakken, kunt u voor een eenvoudigere manier kiezen – vouw alle vrije delen van het papier
over de vulling naar het midden van het vel en bind ze vlak boven de vulling samen met een touwtje.